Singh, Bradley & Zucker: 63,6% van jongens die uit dysforie groeien wordt homoseksueel of biseksueel (2021)
Het Toronto-onderzoek van Devita Singh, Susan Bradley en Kenneth Zucker (Frontiers in Psychology, 2021) volgde 139 jongens die in de kindertijd gender-identity-disorder hadden. Resultaat: 63,6% bleek als volwassene homoseksueel of biseksueel. Slechts een minderheid persisteerde in een trans-identiteit.
In Frontiers in Psychology (2021) publiceerden Devita Singh, Susan Bradley en Kenneth Zucker een uitvoerig follow-up onderzoek. Onderwerp: wat is er geworden van jongens die als kind gediagnosticeerd waren met gender-identity-disorder?
Het cohort
Het onderzoek volgde 139 jongens die als kind — meestal tussen 3 en 12 jaar — bij de kliniek werden gezien. Zij vertoonden uitgesproken gender-non-conform gedrag.
De uitkomst
- 63,6% werd als volwassene homoseksueel of biseksueel.
- De rest verdeelde zich over heteroseksualiteit en (een klein percentage) persisterende trans-identiteit.
In de algemene mannelijke bevolking is ongeveer 2-5% homoseksueel of biseksueel. Het Toronto-cohort komt daarmee uit op een veelvoud — wat betekent dat "gender-non-conform jongetje" in de kindertijd statistisch een veel betere voorspeller is van toekomstige homoseksualiteit dan van toekomstige trans-identiteit.
Wat dit zegt over het affirmatieve model
Het affirmatieve model interpreteert gender-non-conformiteit als signaal van trans-identiteit en stuurt aan op sociale en medische transitie. Het Singh-Bradley-Zucker-onderzoek toont aan dat dit signaal in werkelijkheid in 9 van de 10 gevallen een andere uitkomst voorspelt.