Cijfers en onderzoek
Onderstaande cijfers zijn afkomstig uit peer-reviewed onderzoek en officiële publicaties. Ze worden door Nederlandse gender-klinieken niet prominent gecommuniceerd aan patiënten — terwijl ze cruciaal zijn voor een weloverwogen beslissing.
Bronnen zijn steeds vermeld. Klik op de bron voor het volledige onderzoek. Achtergrond bij deze cijfers lees je op onze pagina over genderdysforie.
30%
Van de mensen die een geslachtsverandering ondergaan, rapporteert op lange termijn aanzienlijk transspijt of functioneringsproblemen.
80%
Van de kinderen met genderdysphorie geeft de genderdysphorie op als ze de puberteit bereiken zonder medische interventie.
4,4×
Hogere suïcidaliteit bij transgenders vergeleken met de algehele bevolking — ook ná transitie. Transitie lost het psychiatrische risico niet op.
70%
Stijging in aanmeldingen bij genderklinieken in Nederland in de periode 2010-2020, met een disproportionele toename bij meisjes.
1%
Officieel gerapporteerd transspijt-percentage door Nederlandse klinieken — maar onderzoek laat zien dat het werkelijke percentage aanzienlijk hoger ligt door verlies van follow-up.
13×
Hoger risico op osteoporose bij personen die op jonge leeftijd puberteitsremmers gebruikten, door geblokkeerde botmineraaldichtheidsontwikkeling.
98%
Van de jongeren die als kind puberteitsremmers kreeg, gaat door naar crossseks hormonen — wat de onomkeerbaarheid van vroege interventie aantoont.
6.000+
Leden van de Reddit-gemeenschap r/detrans in 2023 — mensen die hun transitie hebben teruggedraaid of overwegen. De gemeenschap groeit snel.
2024
Het Cass Review in het VK concludeerde dat de kwaliteit van bewijs voor medische transitie bij minderjarigen "opmerkelijk zwak" is en dat er onvoldoende follow-up is.
41%
Van transgenders heeft ooit suïcidepogingen ondernomen. Dit percentage verandert niet significant na transitie, wat wijst op diepliggende psychische oorzaken.
50%
Van detransitioners rapporteert dat sociale druk of het sociale "trans"-klimaat een rol speelde in hun beslissing om te transitioneren.
Bron: SEGM — Littman, 2021
Waarom zijn deze cijfers niet bekend?
Veel van deze cijfers worden niet actief gecommuniceerd door Nederlandse gender-klinieken in hun voorlichtingsmateriaal. Patiënten worden daardoor niet altijd volledig geïnformeerd over de risico's, de onomkeerbaarheid en de kans op transspijt. Dit is een structureel gebrek aan informed consent.
Wil je meer onderzoek lezen? Bezoek onze bronnenlijst of ga direct naar SEGM.org voor een overzicht van wetenschappelijke publicaties.
Waarom cijfers in dit veld lastig te interpreteren zijn
Getallen over spijt en detransitie lijken eenduidig, maar zijn dat zelden. Een groot deel van de mensen verdwijnt na verloop van tijd uit beeld (loss to follow-up): ze keren niet terug naar de kliniek, verhuizen, of haken af. Wie ontevreden is of detransitioneert, doet dat bovendien vaak niet bij dezelfde kliniek die de transitie begeleidde — en valt daardoor buiten de officiële tellingen. Klinische cohorten bestaan daarnaast vooral uit mensen die in zorg bleven; juist degenen die afhaakten, ontbreken in de statistiek. Dat soort selectie drukt gerapporteerde spijtpercentages naar beneden, los van wat er werkelijk speelt.
Daar komt de tijdsdimensie bij. Veel onderzoek heeft een korte follow-upduur, terwijl spijt en de stap naar detransitie zich vaak pas na vijf, tien jaar of langer aandienen. Een studie die mensen maar een paar jaar volgt, mist die latere gevallen per definitie. De Cass Review wees er om die reden op dat de bewijsbasis voor medische transitie bij minderjarigen zwak is en dat structurele langetermijn-follow-up grotendeels ontbreekt. Vergelijkbare beperkingen gelden voor onderzoek naar puberteitsremmers.
Verschillende definities, verschillende uitkomsten
Een tweede reden voor uiteenlopende cijfers is dat onderzoekers niet hetzelfde meten. "Spijt", "detransitie" en "stoppen met behandeling" worden verschillend afgebakend. De ene studie telt alleen wie formeel om operatief herstel vraagt; een andere telt iedereen die stopt met hormonen, ongeacht de reden — soms door bijwerkingen of kosten, niet door spijt. Ook detransitie zelf kent gradaties: sociaal, medisch of chirurgisch terugdraaien zijn heel verschillende dingen. Wie de definitie verandert, verandert het percentage. Daardoor zijn cijfers uit verschillende bronnen lang niet altijd één-op-één vergelijkbaar.
Dit betekent niet dat cijfers waardeloos zijn, maar wel dat ze met de bijbehorende methode gelezen moeten worden. Een laag gerapporteerd percentage kan net zo goed wijzen op een korte follow-up of een enge definitie als op weinig spijt. Achtergrond bij het verschijnsel zelf staat op de pagina's over detransitie en spijt van transitie.
Onderzoek en cijfers
- detransitie percentages onderzoek cijfers 2025 →
- beyond regret mackinnon 957 detransitioners studie 2026 →
- psychiatrische comorbiditeit stijgt 10 naar 61 procent na transitie →
- non binair genderidentiteit jongeren toename betekenis →
- transregret org officiele spijtcijfers onder 1 procent niet houdbaar 2026 →