2024-01-01

Transgender atleten bij de Olympische Spelen van Parijs 2024: beleid en controverse

Bij de Olympische Spelen van Parijs 2024 laaide de discussie over transgender- en DSD-atleten op. Een overzicht van het terughoudende IOC-beleid en het eigen beleid van de individuele bonden.

Transgender atleten bij de Olympische Spelen van Parijs 2024: beleid en controverse

Bij de Olympische Spelen van Parijs 2024 stond het genderdebat in de sport opnieuw in het middelpunt van de aandacht — ditmaal niet primair vanwege transgenderatleten, maar vanwege twee bokssters met DSD-kenmerken (differences of sex development): Imane Khelif (Algerije) en Lin Yu-ting (Taiwan).

De Khelif- en Lin-controverse

Beide bokssters waren eerder door de International Boxing Association (IBA) uitgesloten vanwege testosteronwaarden boven de vrouwendrempel. Het IOC — dat de IBA eerder al zijn olympische erkenning had ontzegd — liet ze toe tot de Olympische vrouwencompetitie. Beide wonnen goud.

De controverse illustreerde de complexiteit van het genderdebat in sport: het gaat niet alleen om transgenderatleten, maar ook om biologische vrouwen met afwijkende hormonale profielen.

Het IOC-beleid

Het IOC heeft de verantwoordelijkheid voor genderbeleid gedelegeerd aan individuele sportbonden. De organisatie heeft geen uniform inclusie- of exclusiebeleid voor transgenderatleten meer. Dit betekent dat het beleid per sport verschilt:

  • World Athletics: transgendervrouwen die de mannelijke puberteit doormaakten, zijn uitgesloten van de vrouwenelitecompetitie
  • World Aquatics: vergelijkbaar beleid
  • Andere bonden: variëren van permissief tot restrictief

Zie ook: World Athletics en World Aquatics-beleid en het overzichtsartikel over transgenderatleten.


Bronnen: