2026-03-05

Twijfels over onafhankelijkheid puberty-blocker

Juridisch hoogleraar Lodewijk Smeehuijzen stelt dat de Gezondheidsraadscommissie die puberty-blockers beoordeelt te veel leden telt die direct belang hebben bij de uitkomst. Het parlement vroeg juist om een onafhankelijk oordeel.

Twijfels over onafhankelijkheid puberty-blocker

Het Nederlandse parlement vroeg de Gezondheidsraad om een onafhankelijk advies over het gebruik van puberty-blockers bij minderjarigen met genderdysforie. Maar kan dat advies werkelijk onafhankelijk zijn als zes van de twaalf commissieleden direct of indirect betrokken zijn bij het voorschrijven van diezelfde puberty-blockers? Juridisch hoogleraar Lodewijk Smeehuijzen denkt van niet.

Wat vroeg het parlement?

De politieke druk om puberty-blockers opnieuw te beoordelen groeide na internationale ontwikkelingen: het Britse Cass Review noemde het wetenschappelijk bewijs "opmerkelijk zwak", Zweden, Finland en Noorwegen schakelten hun richtlijnen terug, en de Amerikaanse HHS publiceerde een kritisch rapport.

De samenstelling van de commissie

Smeehuijzen analyseerde de commissie en constateerde dat "zes van de twaalf leden direct of indirect betrokken zijn bij het voorschrijven van puberty-blockers of kruislingse hormonen."

Te weinig juridische expertise

Het parlement vroeg uitdrukkelijk om een juridische beoordeling. Toch telt de commissie slechts één jurist. Die heeft eerder gepubliceerd over puberty-blockers en deelt een co-auteurschap met een andere commissielid.

Wat staat er op het spel?

Als het Gezondheidsraadadvies niet geloofwaardig onafhankelijk is, heeft het geen gezag. Smeehuijzen concludeert dat de geloofwaardigheid van het advies nu al beschadigd is, nog voordat het is uitgebracht.


Bron: Genspect — "Doubt Cast on the Dutch Puberty Blocker Review", Hermes Postma, 25 februari 2026.