Studie: bijna geen goed bewijs voor genderdysforie-medicijnen bij jongeren
Een brede systematische review, gepubliceerd in januari 2025, concludeert dat de evidence voor het gebruik van puberteitsblokkeerders en cross-sex hormonen bij jongeren met genderdysforie "wholly inadequate" is. Reason.com analyseerde de bevindingen en de reacties van de medische wereld. De onzekerheid is zo groot dat klinische beslissingen feitelijk worden genomen zonder robuuste onderbouwing.
In januari 2025 publiceerde Reason.com een analyse van een grote systematische review die tot een opvallende conclusie komt: er bestaat bijna geen goed wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van puberteitsblokkeerders en cross-sex hormonen bij jongeren met genderdysforie.
Wat zegt het onderzoek?
- De kwaliteit van het beschikbare bewijs is "wholly inadequate" — volstrekt ontoereikend
- Er is "very low certainty evidence" over de effecten op mentale gezondheid, genderdysforie zelf en botdichtheid
- Er zijn geen gerandomiseerde gecontroleerde trials uitgevoerd
- Langetermijngevolgen zijn grotendeels onbekend
Hoe is dit mogelijk?
Het antwoord ligt deels in de geschiedenis van het Dutch Protocol — het behandelmodel dat in de jaren negentig in Amsterdam werd ontwikkeld voor een zeer specifieke en kleine populatie, maar dat daarna wereldwijd werd overgenomen voor een compleet andere populatie.
Reacties uit de medische wereld
Medische organisaties als de Endocrine Society verdedigden de bestaande richtlijnen. Critici wezen erop dat dit standpunt moeilijk te rijmen is met de bevindingen van meerdere onafhankelijke systematische reviews. De discussie illustreert het verschil tussen clinical consensus en evidence-based medicine.
Bronnen: